Wat zijn isoflavonen?
Isoflavonen worden vooral gevonden in peulvruchten, zoals rode klaver, linzen, split erwten, kikker erwten, tuinbonen en soja.
Er zijn meer dan 1.000 soorten isoflavonen geïdentificeerd in planten. Vier specifieke isoflavonen uit die groep hebben laten zien bijzondere biologische eigenschappen te bezitten. Deze isoflavonen zijn: genisteïne, daïdzeïne, formononetine en biochanine A.
Niet alle peulvruchten bevatten alle vier de belangrijke isoflavonen. Rode klaver, bijvoorbeeld, bevat alle vier de isoflavonen, terwijl soja alleen daïdzeïne en genisteïne bevat. Ook de inhoud kan variëren. Zo bevat rode klaver 10 tot 20 maal zoveel isoflavonen als soja.
Waarom zijn isoflavonen zo belangrijk?
Isoflavonen zijn fyto-oestrogenen, wat letterlijk "plantaardige oestrogenen" betekent. Isoflavonen hebben een met het lichaamseigen oestrogeen vergelijkbare chemische structuur. Wanneer ze voldoende in de voeding voorkomen, kunnen ze bijdragen aan een oestrogeenbalans, waarmee de gezondheid en conditie ondersteuning krijgt.
Isoflavonen vullen de behoefte aan oestrogenen aan bij vrouwen in de overgang, wanneer de eigen hormoonspiegels afnemen. Aangetoond is dat vrouwen die veel isoflavonen eten minder last hebben van overgangsverschijnselen.
Studies tonen de waarde van isoflavonen in het voedingspatroon in de afname van overgangsverschijnselen.